Tips scripties: inhoud

Titelpagina

  • De eisen aan de titelpagina verschillen per opleiding. Check deze eisen bij jouw begeleider of in de syllabus/afstudeerhandleiding.
  • Kies je ervoor een plaatje op te nemen, denk dan goed na over de aansluiting tussen het onderzoek en het plaatje. Neem ook een bronvermelding op.
  • Zorg voor een aansprekende titel en eventueel subtitel die aansluit(en) bij het onderzoek en/of de inhoud dekt (dekken).
  • Let erop dat de titelpagina er verzorgd uit ziet.
  • Neem geen paginanummer op!

Voorwoord

  • Schrijf het voorwoord in de ‘ik-vorm’.
  • Noem de opleiding en de hogeschool/universiteit.
  • Bedank jouw begeleider(s)!
  • Wanneer je jouw scriptie laat redigeren door een extern bureau, zoals BHK200, bedank deze dan niet in het voorwoord!
  • Maak de lijst van bedankjes niet te lang.
  • Schrijf het voorwoord aan het einde van de afstudeerperiode, als je (bijna) klaar bent met het onderzoek.
  • Het voorwoord krijgt geen hoofdstuknummer!

Samenvatting

  • Noem de titel van het hoofdstuk ‘managementsamenvatting’ of gewoon ‘samenvatting’. Beide hoofdstuktitels zijn goed.
  • Maak de samenvatting niet te lang; 1 à 1½ A4 is genoeg.
  • Neem zo weinig mogelijk tekst letterlijk uit je scriptie over, maar probeer deze te herschrijven, o.a. door synoniemen toe te passen.
  • Laat de managementsamenvatting door een persoon lezen die niet bekend is met het onderwerp of de materie. Op basis van de samenvatting zou deze persoon jouw scriptie op hoofdlijnen moeten kennen én begrijpen.
  • Je kunt in Pages of in Word een automatische samenvatting (laten) maken. Deze samenvatting is meestal onvoldoende om als een goede samenvatting te dienen, maar deze kan je wel een goed idee geven hoe de samenvatting eruit kan komen te zien.
  • De samenvatting krijgt geen hoofdstuknummer!

Inhoudsopgave

  • Maak het jezelf gemakkelijk en automatiseer de inhoudsopgave.
  • De inhoudsopgave krijgt géén hoofdstuknummer!

Inleiding

  • Denk goed na over de probleemstelling. Ga ook in overleg met jouw begeleider én, indien van toepassing, met de opdrachtgever. Zie hiervoor de handleiding scripties.
  • Wanneer je het onderzoek voor een opdrachtgever uitvoert, is het zinvol om aan hem te vragen: “Omschrijf in één zin wat u precies wilt weten” of “Omschrijf in één zin wat u precies onderzocht wilt hebben.” Het antwoord is veelal al een goede probleemstelling. Zie hiervoor de handleiding scripties.
  • Je kunt altijd de deelvragen tijdens het schrijfproces wijzigen of aanpassen.

Onderzoeksmethode/-methodologie

  • Het is mogelijk dat je eerst het onderzoek of de opzet ervan beschrijft, gevolgd door het theoretisch kader en de onderzoeksresultaten. Ga dit na in de handleiding/syllabus van de opleiding en/of bij jouw begeleider!
  • Het is ook mogelijk dat je de onderzoeksmethode(s) volledig moet beschrijven in de inleiding en er geen apart hoofdstuk aan mag wijden. Ga dit na in de handleiding/syllabus van de opleiding en/of bij jouw begeleider!
  • Online is er veel advies te vinden over de mogelijke analyses en hoe je deze het beste uit kunt voeren. Kijk vooral naar advies van hogescholen en universiteiten over het onderzoek.

Theoretisch kader en conceptueel model

  • Beoordeel de literatuur op relevantie en bruikbaarheid voor het onderzoek.
  • Zoek naar recente/actuele literatuur (bijvoorbeeld artikelen of toegepast onderzoek).
  • Maak van elke relevante en recente bron een (korte) samenvatting en geef aan wat deze betekent voor de probleemstelling en doelstelling. Plaats elke samenvatting op de juiste plaats in het structuurschema (als je dat hebt gemaakt).
  • Theorieboeken die je tijdens je opleiding hebt bestudeerd, kun je noemen in het theoretisch kader maar je kunt deze niet als volledige basis voor het kader gebruiken.
  • Begin na het literatuuronderzoek en de formulering van de probleemstelling en doelstelling direct met het maken van het theoretisch kader. Wacht dus niet totdat je al bezig bent met het kwantitatieve onderzoek!

Conclusie, discussie en advies

  • Zet geen nieuwe informatie in de conclusie!
  • Bouw de conclusie op aan de hand van de deelvragen.
  • Blijf positief en objectief in de discussie! Je kunt natuurlijk wel een aantal kanttekeningen plaatsen bij jouw scriptie of onderzoek, maar blijf positief!
  • Houd het kort! 1-2 A4’tjes is genoeg.
  • Formuleer het advies op dusdanige wijze dat de opdrachtgever er direct mee aan de slag kan. Dit geldt vooral voor een marketingplan en/of implementatieplan.
  • Schrijf zowel de conclusie als de discussie en het advies in de tegenwoordige tijd.
  • De scriptie moet ook zonder de discussie volledig zijn.

Advies: marketing- of implementatieplan

  • Het ‘waarom’ van het plan hoef je niet te beschrijven, want dat staat immers al in jouw scriptie. Staat dat (nog) niet in jouw scriptie, dan moet je de scriptie dus aanpassen.
  • Heb je een budget opgenomen in het plan:
    • Check goed de berekening(en) die je hebt gemaakt;
    • Let er in de kostenberekening op dat je alle kosten exclusief btw opneemt en dat je aan het einde van de berekening de btw in mindering brengt (voorbelasting).
  • Wees zo concreet mogelijk! De opdrachtgever moet, bij wijze van spreken, morgen met het plan aan de slag kunnen.

Literatuurlijst/verwijzingen

  • Besteed aan het einde van het onderzoek voldoende tijd aan de literatuurlijst zodat deze volledig volgens de richtlijnen en/of eisen is.
  • Let erop dat je ALLE literatuur waar je naar verwijst in je scriptie ook in de literatuurlijst staat.
  • Zorg er ook voor dat de verwijzingen naar artikelen, onderzoeken, websites, et cetera in de tekst volgens de gestelde richtlijnen zijn.
  • Neem alle artikelen, onderzoeken, websites (en andere gebruikte bronnen) direct op in een literatuurlijst als je ze verwerkt in jouw scriptie, bijvoorbeeld in een separaat document.
  • Zorg er voor dat er geen enkele typefout in de literatuurlijst staat!
  • Let erop dat de lay-out overal gelijk is: is deze bij elke bron hetzelfde?

Reflectie

  • Veel opleidingen hebben een uitgebreide handleiding voor het schrijven van en de inhoud van het reflectieverslag. Vraag hiernaar bij jouw begeleider!
  • Schrijf de reflectie in de tegenwoordige tijd, dus ‘ik vind dat het proces goed verliep omdat…’
  • Schrijf het reflectieverslag in de ik-vorm. Het is immers jouw reflectie!
  • Maak eventueel een 360-gradenfeedback van jezelf aan het begin en aan het einde van het proces. Dat is een goede, objectieve en meetbare reflectie.
  • Vraag (ook) jouw begeleider(s), opdrachtgever(s), collega(’s), etc. om feedback! Deze kun je (ook) gebruiken in de reflectie.
  • Heb je de scriptie samen met een ander geschreven? Reflecteer dan ook op de samenwerking en de taakverdeling.
  • De scriptie moet zonder de reflectie volledig zijn.

Nawoord

  • Schrijf het nawoord in de ik-vorm.
  • Heb je al een reflectie of voorwoord opgenomen in de scriptie, dan is een nawoord (vaak) niet nodig.

Bijlagen

  • Zorg ervoor dat alle relevante informatie in de scriptie is opgenomen en niet is ‘weggemoffeld’ in een bijlage.
  • Nummer de bijlagen (1, 2, 3 of A, B, C of I, II, III…) en geef ze een titel (Bijlage 1 Interviews, Bijlage 2 …, Bijlage 3…).
  • Zet geen dubbele punt (:) tussen de naam van de Bijlage en het nummer (dus Bijlage 1 Interviews in plaats van Bijlage 1: Interviews).
  • Laat de paginanummering doorlopen zodat de bijlagen meegaan in de geautomatiseerde inhoudsopgave.
  • Let erop dat de lay-out in de bijlagen hetzelfde is als in de hoofdtekst.
  • Eventuele literatuurverwijzingen verwerk je op dezelfde manier als in de hoofdtekst. De literatuur neem je op in de literatuurlijst van de scriptie.
  • De scriptie moet zonder bijlagen compleet zijn.

Kom je er nog steeds niet uit? Dan help ik je graag! Neem contact met me op via info@bhk200.nl.